Koekje soppen!

‘s Middags om 17.00 uur eten de kinderen nog een koekje en krijgen ze een bekersap, een fijn moment om nog even bij elkaar te zitten en de middag te bespreken. De kinderen vragen om het boek van “feest met muis.” Het liefst horen zij het verhaal over “koekjes bakken.” “Ja, wij zijn ook een koekje aan het eten”, zegt een van de peuters. Zo zien ze het verband met wat ze zelf doen en wat er in het verhaal voorkomt. Het is opgevallend door de pedagogisch medewerker dat de peuters het koekje in hun bekersap proberen te dopen. Als de kinderen merken dat het koekje niet past, nemen zij een hapje van het koekje en proberen het dan nog een keer. Na vele hapjes past het koekje toch in de beker.

Ellemarie zegt verrast: “nu past hij wel!” “Ja”, zegt Ray,”hij past”. Riven en Dylano zijn net als de andere peuters trots als hun koekje uiteindelijk ook in de beker past. Het leuke is dat de peuters zelf tot deze ontdekking zijn gekomen. Eerst gebeurde dit passen en meten zonder woorden, de kinderen zagen dit van elkaar en namen dit over. Nu vertellen ze “nog een paar hapjes en dan past hij wel”,heerlijk zo’n soppig koekje aan het eind van de dag! De pedagogisch medewerker komt hierdoor op het idee om het verhaal van “kleine muis en zijn grote appel”voor te lezen. Kleine muis moet namelijk behoorlijk wat hapjes nemen voordat de appel uiteindelijk in zijn holletje past.

Peuters vinden het ook erg leuk om hun drinken, zelf met een kannetje, in hun beker te schenken, de eerste keer gaat er ruimschoots wat drinken overheen. Vervolgens wordt er dan toch wat voorzichtiger geschonken. Zo zijn de kinderen op hun eigen manier, met passen en meten bezig.

Koekie 1

Koekie 2